Ik werd op de laatste dag van de oorlog geboren in Eindhoven. Het zuiden was toen vanaf september bevrijd maar daar had ik toen natuurlijk geen weet van.
Naarmate ik opgroeide kreeg ik, al dan niet, met discriminatie te maken. Of misschien was discriminatie wel niet het goede woord; je begon te begrijpen dat mensen verschillend waren.

Wonende in een straat in het zuiden waar iedereen katholiek was en de processie elk jaar startte bij het beeld van de Heilige Teresia in diezelfde straat, waren wij toch wel een apart gezin. Zeker vanaf het moment dat mijn moeder de pastoor buiten zette omdat hij vond dat mijn ouders de boeken van Sartre niet mochten lezen.

Thuis werd ik verboden om het Eindhovense dialect te spreken, want anders kreeg ik het etiket van boerenpummel van beneden de moerdijk opgeplakt, althans was dat de redenatie. Op school werd ons geleerd dat in Haarlem het beste ABN gesproken werd, terwijl ik later leerde dat het huidige Nederlands vanuit de regio Gent kwam. In ieder geval kwam ik toen voor het eerst in aanraking met een waarde verschil, waarbij wij in het zuiden wat minder waren dan de Randstedelingen. De term wingewesten, zoals na de 80 jarige oorlog Brabant en Limburg werden genoemd, kwam regelmatig naar de oppervlakte. Leden wij daaronder? Nee, maar het hoorde wel bij het bewustzijn. Hebben we daar een trauma van opgelopen? Nee, al was het voor sommigen misschien een handvat om hun onkunde en mindere karakter op af te wentelen.

Wellicht door dat “minder”voelen, heb ik me nooit echt “meer” gevoeld. Natuurlijk wekten de eerste mensen met een andere afkomst, kleur, of religie een zekere nieuwsgierigheid op. Denkend aan mijn middelbare schooltijd, vond ik de twee “Indische” jongens, die bij ons op school kwamen, wel interessant, maar de stille donkere van Sumatra vond ik veel sympathieker dan de arrogante, lichter getinte van Java.
Dat was in de tijd dat Zwarte Piet geen enkele associatie opriep met discriminatie van zwarte mensen en we op vriendschappelijke manier omgingen met de Antillianen in onze honkbalclub.

Toen ik na omzwervingen binnen Nederland eind jaren ‘70 naar de Zuid-Oost kust van Spanje verhuisde, kreeg ik natuurlijk te maken met een andere cultuur. Dat wordt vaak behoorlijk onderschat en achteraf moet ik zeggen dat het mij minstens 15 jaar “kostte” om die cultuur en dus de mensen enigszins te begrijpen. Mensen hebben de begrijpelijke neiging om uit te gaan van wat zij kennen; waarmee ze zijn opgegroeid en opgevoed, hun eigen cultuur dus. Die onwetendheid bots soms als je met een andere cultuur of mensen van een andere cultuur te maken krijgt. Simpele dingen kunnen dan tot misverstanden leiden. Zoals die keer dat wij een Spaans echtpaar uitgenodigd hadden voor het avondeten. Zij kwamen met gebak aan. Bedoeld als toetje en bij de koffie ná het eten maar wij als Nederlanders begrepen dat toen nog niet en zetten koffie waarbij die heerlijke gebakjes werden gepresenteerd. Toen we daarna aan het eten wilden beginnen hoefden zij niet meer want voor hen was dat juist de afsluiting van het eten. Zo gemakkelijk kun je een misverstand krijgen. Niet alleen de taal of het niet goed beheersen van een taal kan voor misverstanden zorgen maar ook de cultuur!
Een van de dingen die ik echt leerde begrijpen is dat iedere gemeenschap, hoe joviaal je ook ontvangen wordt, je toch bleef zien als buitenstaander.
Dat heeft niets te maken met ras of nationaliteit want mijn beste Spaanse vriend, die uit de nabij gelegen grote stad kwam, werd net zo als ik als “forastero” (vreemdeling) gezien in het kleine bergdorpje waar we toen woonden.
Het is makkelijk om dat als discriminatie te zien en sommige buitenlanders brachten dat vaak en graag naar buiten, maar vergaten wat ze zelf opwekten door hun cultuur als de enig juiste te zien en vaak niet eens de moeite namen om de taal te leren.
Leden wij daaronder? Nee, want je was je er van bewust dat je in een andere gemeenschap je diende te gedragen als gast. Hebben we daar een trauma van opgelopen? Nee, want we waren veel te druk met het opbouwen van een bestaan. De mogelijkheden moest je zelf scheppen en niets kreeg je aangereikt!
Wat je wel zag was een welwillende houding naar “forasteros”, die de moeite namen om zich aan te passen aan de plaatselijke gebruiken en “meededen” zonder dat er van hen verwacht werd hun eigen cultuur te verloochenen. Waar wel (soms openlijke) problemen ontstonden was waar die “forasteros” en buitenlanders in zo’n grote getale aanwezig waren dat zij domineerden zonder respect te hebben voor de oorspronkelijke bevolking.

Na 30 jaar wonen en werken keerde ik terug naar Nederland. Wat ik zag klopte totaal niet met het opgebouwde geïdealiseer van mijn geboorteland. Zonder te veel op alle verschillen in te gaan zou ik willen zeggen: De jaren ’70 waren, in mijn ogen, veel te veel doorgeslagen!
Helemaal, toen ik in Groningen een beeld van 5 meter hoog van Lenin zag staan, besefte ik dat Nederland communistisch was geworden. Als ik dat opmerkte bleek dat niet in goede aarde te vallen en in ieder geval ontkend en ze hadden gelijk; “Maar” 20% van de Nederlanders stemden op een communistische partij. Maar ze vergaten dat de rest van de partijen zover naar links waren opgeschoven dat ze daar in ieder geval tegenaan schurkten.
Wat ik ook leerde was dat ik in mijn eigen land blijkbaar ook een “forastero” geworden was.
Elke vorm van kritiek werd mij kwalijk genomen. Of ik het nu over mijn twijfels t.o.v. ons “superieure” zorgstelsel had, over de ongebreidelde invoer van migranten, over het “wegjagen” van bedrijven of over een gevaarlijk veranderde mentaliteit had, het was niet waar en mensen die daar wat van zeiden waren fascisten, racisten of in ieder geval een minderwaardig soort mensen, die zelfs vermoord mochten worden.

Ben ik zelf veranderd? Zie ik het verkeerd? Het gaat toch goed met Nederland? Iedereen wordt hier toch van harte welkom geheten? Krijgen een huis, geld om dat huis in te richten en kunnen blijkbaar nog sparen om in hun geboorteland, waar ze regelmatig op vakantie gaan, nog een huis te bouwen ook. Logisch dat deze mensen, die uit een andere en, voor hen, hardere cultuur komen graag aan het verzoek van de vele hulpdiensten in gaan om zo veel mogelijk te profiteren van de, aangeboden of niet, mogelijkheden.
Nederland staat bekend in de hele wereld als een tolerante rechtstaat waar alle paria’s terecht kunnen en waar sociale diensten klaarstaan met advocaten, tolken en maatschappelijke werkers om hun nieuwe leven in goede banen te leiden.
Je zou wel gek zijn als je die kansen niet aangreep! Zelfs als je die kansen niet aangrijpt en je niet kunt of wilt werken is er altijd wel ergens een loket open waar in je onderhoud wordt voorzien.

Was ik al blij in Spanje dat we door hard werken voor onze kost konden zorgen, hier is het niet anders. Tenminste, als blanke kun je zo maar onder de armoede grens komen als je niet oppast. Gelukkig doe ik dat wel. Ik loop er geen trauma van op maar ik heb er wel af en toe moeite mee dat ik hier, in mijn eigen land, steeds meer als “forastero” wordt gezien. Bovendien moet ik me schuldig voelen dat ik blank ben. Nooit heb ik gediscrimineerd, mij racistisch uitgelaten of mij superieur gevoeld t.o.v. welke medemens dan ook maar toch moet ik me schuldig voelen dat ik als blanke besta.
“As I speak” worden standbeelden van Fortuyn, Churchill enz. beklad en zelfs neergehaald en dat geeft mij een onbehaaglijk gevoel en discrimineren om te protesteren tegen racisme nog veel meer. Eerst maakte ik me ongerust dat er misschien een soort opstand zou komen vanuit de werkende, niet activistische kant van de bevolking, als uitlaatklep van zoveel onrust veroorzakende en onbegrijpelijke maatregelen van het rood/groene geloof.
Nu maak ik mij zorgen over de belachelijk aandoende knieval die je te zien krijgt voor al die “forasteros” die korte metten willen maken met de Nederlandse Cultuur. Die de blanke Nederlanders aanrekenen wat eeuwen geleden hun voorvaders zouden zijn aangedaan, de slavernij. Ze worden daarbij niet gehinderd door de wetenschap dat zwarte mensen die slaven verkochten aan de blanke handelaars. Laat staan dat slavernij helaas altijd bestaan heeft en dat blanke mensen ook tot slaaf werden gemaakt.
Het gevoel “forastero” te zijn in dit land is herkenbaar maar het zegt veel over diegene die dat gevoel omzet in haat en zelfmedelijden.
Het gevoel dat dit alles een onderdeel van een machtstrijd van links lijkt te zijn, maakt het er voor mij niet beter op en voor het eerst van mijn leven lijkt het er op dat ik daar onder begin te lijden en ontstaat er een angst dat ik daar er een trauma aan overhoud.

d.d. 25 juni 2020

Mening van Ad van Berkel
Beleidsmedewerker PVV Drenthe

 

PVVstemmers bedankt

banner-talent

 
Poster Staten 2015

nieuwsbrief