Koersdocument Revisie Omgevingsvisie
Commissie OGB 6 sept. 2017

Vrz. Er zijn 2 hoofdredenen voor de op stapel staande revisie van de Drentse Omgevingsvisie: de wettelijke noodzaak om voor te sorteren op de nieuwe Omgevingswet die in ontwikkeling is en het laatste bestuursakkoord van de huidige coalitie die nu het dagelijks bestuur vormt van deze provincie. Met beide zijn wij het als PVV-fractie in beginsel in grote lijnen eens: de nieuwe omgevingswet gaat uit van een nieuw stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving met als uitgangspunt vertrouwen, minder en algemenere regels, meer ruimte voor initiatief en versterking van de lokale invloed. Dit is ook in het bestuursakkoord verwoord als ‘Ja mits’ als sturend principe in plaats van ‘Nee tenzij’ en meer ruimte voor economische ontwikkelingen i.p.v. een steeds uitbreidende natuur hier. Dus in grote lijnen akkoord.

In het voorgelegde Koersdocument van deze revisie staan ook zaken waar wij blij over zijn zoals de zinsnede op pagina 18 d(igitaal 9) inzake de energielandschappen dat “energie initiatieven gerealiseerd kunnen worden mits ruimtelijk ingepast en maatschappelijk geaccepteerd”!

Vrz. we weten hier allemaal hoe de Zoekgebieden Windenergie in het verleden tot stand zijn gekomen en ook hoe de initiatieven voor windturbineparken er recent doorgedrukt zijn geworden! Onze vraag aan de gedeputeerden: zullen dit soort zaken nu met de gereviseerde omgevingsvisie anders en beter gaan lopen? Onze fractie vat deze zinsnede wel zo op maar wij willen graag een bevestiging van de gedeputeerde erover.

Vrz. er worden in de uitwerking 3 speerpunten benoemd:

- Sterke steden;
- Energielandschappen;
- Vrijetijdseconomie.

Zaken waarvoor wij het er mee eens zijn of tenminste begrip kunnen hebben dát de regelgeving er voor op orde dient te zijn en dus ook de uitgangspunten ervoor. Missen wij nog wat? Ja eigenlijk wel. Er worden ambities en neergezet en concreet middelen ingezet op versterking van de vrijetijdseconomie (Par. 2.1.3) Daar kunnen wij het mee eens zijn gezien het belang voor de werkgelegenheid. Maar hoe zit het met de agribusiness? Die staat qua werkgelegenheid tenslotte op plaats 1 met 75% meer banen in Drenthe dan de recreatie en toerisme sector! In par. 2.2.9 (pag. 33 d / 29) over de Robuuste Landbouw staat dat we voldoende ontwikkelingsmogelijkheden willen geven en deze bedrijfstak in staat willen stellen haar positie op de Europese en wereldmarkt te versterken. Mooi! Maar dan volgen de vraagtekens en problemen. Ik ga ze niet allemaal opsommen maar er staat b.v. dat “de ruimtelijke inpassing van bepaalde ontwikkelingen niet eenvoudig te beantwoorden is”. En misschien kan de gedeputeerde iets vertellen over de spanning die er is tussen de maatschappelijk gewenste ontwikkelingen van de landbouw en het koopgedrag van de consument. En dan hoop ik maar dat het niet gaat over de biologische landbouw.

Vrz. Nu moet ik overstappen op voor de PVV-fractie problematische zaken in zowel het koersdocument als het plan-MER-advies:

Eerst een simpele: Bij de UNESCO-werelderfgoed-plannen voor Veenhuizen en Frederiksoord missen we de zinssnede zoals bij de energielandschappen: n.l. de voorwaarde van maatschappelijke acceptatie! Vervolgens: bij de ontwikkelingen waar we volgens dit voorstel rekening mee zouden moeten houden zijn de klimaatakkoorden zoals die van Parijs 2016, de afspraken voor duurzame energie en CO2 besparing en zelfs volledige CO2 neutraliteit van Drenthe in 2050.

Vrz. dat is ons inziens niet nodig en dat zullen we ook niet halen! Vanmorgen was er nog het bericht uit voorbeeldland (zgn. “gidsland’) Duitsland dat ondanks een mega-inspanning voor opwekking van duurzame energie toch meer CO2 uitstoot! Overigens geheel zoals voorspeld door de anti-windturbine-beweging waaronder de NLVOW (de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines). De PVV vindt deze uitgangspunten luchtfietserij!

Op pag. 27(d /18) wordt de ambitie verwoord beginnend met: “Onze ambitie is een betrouwbare en betaalbare energievoorziening ...” met dit eerste deel van deze zin zijn we het eens, het 2e deel “met beperkte uitstoot van broeikasgassen” is daarmee in strijd. En dan is onze vraag aan GS: waar ligt de prioriteit? De consument wordt nu al geconfronteerd met energieheffingen en die gaan fors oplopen. Er is momenteel nog geen enkele duurzame energiebron waar geen subsidie bij moet, en dat zien we niet snel veranderen. In onze economie is alles afhankelijk van betaalbare en betrouwbare energiebronnen. Als de energiekosten sterk oplopen zullen voedselprijzen, transport en vervoersprijzen, consumentengoederen etc. allemaal veel duurder gaan worden. Instabiliteit van de energievoorziening zal zorgdragen voor lagere winsten, faillissementen, minder werkgelegenheid!

Vrz. u begrijpt dat de fractie van de PVV hier niet zonder meer mee kan instemmen.

Opmerkingen: de gedeputeerde (T. Stelpstra) is van mening dat als de gemeente instemt voldaan is aan de vereiste van maatschappelijke acceptatie, iets wat onze fractie anders ziet. (Zie de volgende bijdrage over dit onderwerp in PS). De gedeputeerde (T. Stelpstra) was ook duidelijk als het gaat om de prioriteitsstelling tussen een "betrouwbare en betaalbare energievoorziening" en "het beperken van de uitstoot van broeikasgassen": de prioriteit ligt volledig bij het laatste en zodoende is die eerste ambitie in onze ogen volledig een 'wassen neus'.

Uitgesproken door Bert Vorenkamp tijdens de Commissie Omgevingsbeleid van 6 september 2017 bij de behandeling van het Koersdocument Revisie Omgevingsvisie.

BertV 2013 smal

banner-talent